Scenario Natuurlandschap - droogmakerijen met laagveenmoeras. Broekbos op hogere delen, open water en rietland op lagere delen

Conclusies en aanbevelingen

Beide scenario’s verschillen substantieel in hun bijdrage aan het verminderen van de bodemdaling en de inlaatbehoefte. In het productielandschap is een halvering van de bodemdaling en de bijbehorende emissies mogelijk, in het natuurlandschap zal de bodem stijgen en worden broeikasgassen actief vastgelegd. Beide scenario’s vragen om forse investeringen en hebben grote ruimtelijke en maatschappelijke gevolgen. Om tot een afgewogen keuze te komen is een bredere maatschappelijke kosten-batenanalyse nodig. Op dit moment lijkt het productiescenario het meeste draagvlak te hebben en het beste aan te sluiten op de weidevogeldoelstelling. Maar het is niet uit te sluiten dat op termijn de (gefaseerde of gedeeltelijke) transitie naar een natuurlandschap toch aan de orde komt. Daarom verdienen beide scenario’s nader onderzoek en nadere afweging. Onderdeel daarvan kan zijn om samen met grondeigenaren en lokale gebiedspartijen praktijkpilots op te zetten, bij voorkeur op de schaal van poldereenheden of samenhangende deelgebieden.

Het complete rapport kan via de volgende link gedownload worden:

Rapportage Amstelscheg