Polder Diederik

landschappelijke concepten

Na de analyse van het landschap en rekening houdend met de plaatsingscriteria van de Nota Wervelender, onderscheiden we drie landschappelijke concepten:

Het eerste noemen we het Nieuwland concept. In dit concept kiezen we voor het toepassen van windenergie zoveel mogelijk in de jongere polders. De oudste polders, zoals daar zijn de Polder Roxenisse, Polder Dirksland, Polder het Oudeland van Sommelsdijk/ Polder het Oudeland van Middelharnis, Polder het Oudeland van Oude-Tongen, Polder het Oudeland (Ooltgensplaat), blijven vrij van grootschalige windenergie. Deze polders zijn het meest cultuurhistorisch waardevol, hier liggen de oude kernen die met hun havenkanalen verbonden zijn aan het buitenwater.

Het tweede concept noemen we het Poorten concept. Dit is gericht op het accentueren met windenergie van de toegangen tot het eiland.

Het derde concept is gericht op het accentueren van het de Hals die de verbinding vormt tussen de Kop van Goeree en de Romp Flakkee.

 

 

De concepten zijn vertaald in 5 uitwerkingen voor 3,4 MW turbines en 5 uitwerkingen voor 6 MW turbines.Hieronder wordt 1 uitwerking behandeld.Voor de overige uitwerkingen kan het rapport worden geraadpleegd.

uitwerking Nieuwland lijn: 3,4Mw

De lijnopstellingen zijn zo ontworpen dat er een afwisseling ontstaat van windturbinelijnen en open stukken, vanwege de notitie uit Wervelender, dat er bijzondere aandacht voor voldoende doorkijken dient te zijn. De lijnstukken lopen nooit over de grens van polders heen en sluiten zo aan bij de in het landschap aanwezig ritmiek. Lijnopstellingen passen goed bij de vorm van de nieuwlandpolders. Bij de lijnopstellingen hebben we ons beperkt tot rechte lijnen en niet voor het volgen van topografische gegevens zoals bochtige dijken.

We hebben hiervoor gekozen omdat dit het meeste rustige beeld oplevert. Bovendien zijn de nieuwlandpolders veelal langgerekt en hebben zij dikwijls strakke rechte dijken.

De afstand tussen de masten bedraagt 364 m. De maximale lijn bij de 3.4 MW opstelling bestaat uit 8 turbines (met een totale lengte van mast tot mast van 2548 m). De kortste ontworpen lijn bestaat uit 4 turbines (met een totale lengte van mast tot mast van 1092 m).