Polder Diederik

De concepten zijn vertaald in 5 uitwerkingen voor 3,4 MW turbines en 5 uitwerkingen voor 6 MW turbines. Hieronder wordt 1 uitwerking behandeld. Voor de overige uitwerkingen kan het rapport worden geraadpleegd.

 

uitwerking Nieuwland lijn: 3,4Mw

De lijnopstellingen zijn zo ontworpen dat er een afwisseling ontstaat van windturbinelijnen en open stukken, vanwege de notitie uit Wervelender, dat er bijzondere aandacht voor voldoende doorkijken dient te zijn. De lijnstukken lopen nooit over de grens van polders heen en sluiten zo aan bij de in het landschap aanwezig ritmiek. Lijnopstellingen passen goed bij de vorm van de nieuwlandpolders. Bij de lijnopstellingen hebben we ons beperkt tot rechte lijnen en niet voor het volgen van topografische gegevens zoals bochtige dijken. We hebben hiervoor gekozen omdat dit het meeste rustige beeld oplevert. Bovendien zijn de nieuwlandpolders veelal langgerekt en hebben zij dikwijls strakke rechte dijken. De afstand tussen de masten bedraagt 364 m. De maximale lijn bij de 3.4 MW opstelling bestaat uit 8 turbines (met een totale lengte van mast tot mast van 2548 m). De kortste ontworpen lijn bestaat uit 4 turbines (met een totale lengte van mast tot mast van 1092 m).